Diagoonwoningen, Delft

Diagoonwoningen, Delft (1967-1970)

Herman Hertzberger

De gedachte van deze cascohuizen, waarvan in 1969 acht prototypes gebouwd werden, is dat ze principiëel onvoltooid zijn, in die zin, dat het plan tot zekere hoogte onbepaald is in zijn bestemming, zodat de bewoners van elk afzonderlijk huis zelf zullen kunnen bepalen hoe ze het willen indelen en bewonen, waar ze slapen willen en waar eten. Wanneer de samenstelling van het gezin zich wijzigt kan weer worden veranderd en ook nog worden uitgebreid. Wat ontworpen is, is te beschouwen als een invulbaar raamwerk. Het karkas is als het ware een halfproduct, dat door ieder naar eigen behoefte kan worden voltooid.

Het huis bestaat in beginsel uit een tweetal vaste kernen met een aantal, steeds onderling een halve verdieping verspringende vloeren, welke de "leefeenheden" vormen die nog elke bestemming kunnen krijgen: woonruimte, slaapkamer, studeer-, speel-, zit- of eetruimte.

Van elke leefeenheid, dus vloer, kan een deel afgescheiden worden tot vertrek, het overblijvende gedeelte ligt als binnen-balkon aan de, over de volle hoogte van het huis doorgaande, woonhal (vide). Deze balkons, die door de individuele gezinsleden naar eigen keuze zouden kunnen worden ingericht, vormen tezamen de leefruimte voor de bewoners. Er is geen gedwongen scheiding meer tussen woonverdieping en slaapverdieping (met het geforceerde "naar boven gaan"). Ieder gezinslid krijgt zijn eigen deel van het huis: de gemeenschappelijke grote woonkamer.

Dit plan was een poging om zo een aantal hardnekkige stereotypen af te breken die overigens nog steeds de woningbouw beheersen.

Adres

Gebbenlaan 38, 2625 KB Delft

Foto's

Beton Verlag, Willem Diepraam en Johan van der Keuken

4